|
Bewoners onbekend ‘De Violetstraat is niet meteen een plek die tot de verbeelding spreekt. Het ontbreekt de straat aan een uitzicht, aan groen en aan bedrijvigheid. Dit is een wijk waar je alleen passeert als je van het Antwerpse centrum naar het Stuivenbergziekenhuis of naar het Sportpaleis moet, of naar de Aldi. Naar iets moois ga je hier gewoonlijk niet op zoek, en op de huizen let je nauwelijks. De Zomer van Antwerpen brengt daar verandering in: het oude huis in de Violetstraat nummer 35 vertelt zijn spannende en ontroerende verhaal aan al wie zich de trap op waagt. Wie dat niet doet, mist een pareltje. Violetstraat 35 is een voorstelling zonder spelers van Judith Nab en het Nederlandse Espace. Dat gezelschap maakte al op verschillende bijzondere locaties in Europa beeldend theater. Nab brengt de plekken tot leven met 16 mm filmpjes, licht- en schaduweffecten, stoom, projecties, samples, muziek en allerlei gevonden voorwerpen. Ze werkt daarvoor samen met de componist Jacob ter Veldhuis, een schilder/tekenaar, een lampjesmaker en enkele technici. De ploeg begon in 2001 aan de reeks Domestic Affairs: voorstellingen in verlaten huizen. In de Violetstraat ondervind je dat deze mensen ongelofelijk goed weten hoe ze je fantasie kunnen prikkelen met louter de sporen van hun verzonnen bewoners. Aan de buitenkant ziet nummer 35 er niet bijzonder uit. Dit was ooit een aardig burgerhuis met net stucwerk, maar nu bladdert de verf van de gevel en zijn de versleten rolluiken neergelaten. Op de regenpijp kleeft een Vlaams-Bloksticker (‘drugs-illegalen/sluikstort/weg ermee’) daarover één met een vuist die een hakenkruis kapot slaat. Naast de voordeur hangt een oud naamplaatje dat doet denken aan de tijd dat de Antwerpse burgerij Frans sprak, en aan de boeken van Elsschot: ‘Waakdienst-surveillance ’Nachtronde’ / Belgische Stichting-Creation Belge/Tel 751’. Het is ongeveer in die periode dat het huis ontspoorde. Foto’s, meubilair en voorwerpen doen twintigers fantaseren over de jaren waarin hun grootouders jong en avontuurlijk waren. Maar de associaties die zestigers op hun parcours door het huis maken, zien er allicht helemaal anders uit. De ervaring van deze woning is voor elke bezoeker hoe dan ook verschillend. Met maximum drie personen tegelijk ga je binnen. Geluiden - soms ook prachtige muziek - en lichtjes lokken je van de ene kamer naar de andere. Wat je er ziet, roept vragen op. Wanneer is hier voor het laatst iemand geweest? Waarom werd dit huis verlaten? En in welke omstandigheden gebeurde dat? Waren de mensen die hier woonden gelukkig? Waren ze eenzaam, of een hecht gezin? Je voelt je soms een voyeur, maar ook een beetje bezorgd om hoe het de bewoners vergaan is. Elk detail dat je aandacht trekt, maakt je verhaal rijker. De passies van de bewoners, hun angsten en hun dromen; het liet allemaal zijn sporen na. Het ultieme antwoord over het lot van de familie die hier woonde, vonden wij niet. We hebben zo onze vermoedens en fantasieën, maar die schrijven we niet op. Het zou een domper zijn op de magie van deze voorstelling.’ Dorien Knockaert (De Standaard, 2 juli 2004)
|

|